Pudding maken dat klinkt lekker ouderwets hè? Een pudding is echt zoiets wat je bij oma at. Geen idee eigenlijk waarom niemand dat meer maakt. Het vreemde is dat het heel gemakkelijk is, je bent er echt niet langer mee bezig dan dat je een tiramisu zou maken. Het handige van een pudding maken is dat je het gewoon een dag van te voren kunt doen. Sterker, dat is zelfs beter, dan hoef je je geen zorgen te maken of je pudding wel voldoende opgestijfd is om hem te storten. Een pudding stort je ja! Ook dat klinkt heel ingewikkeld, maar is het niet. Even in warm water houden en hij glijdt zo uit de vorm.
De vorm spoel je eerst om met koud water. De truc is om hem nu niet af te drogen. Vul hem gelijk met het puddingmengsel. Dan de koelkast in en klaar ben je. En wanneer je het toch wat spannend vindt kun je pudding ook heel leuk in eenpersoonsbakjes maken, en niet storten. Dat staat ook heel feestelijk. Wanneer je de basis neemt van een pudding kun je er allerlei smaken aan toevoegen, het principe blijft hetzelfde. Voor dit recept gebruiken we citroen en limoncello, heel erg lekker fris. Een perfecte afsluiter voor een leuk etentje. Wanneer je liever geen alcohol gebruikt kun je de limoncello weglaten. Als topping hebben we witte geraspte chocolade gebruikt en wat citroenrasp. Je kunt natuurlijk ook leuke toefjes van slagroom maken of leuke eetbare bloemetjes gebruiken. Aan de slag! En dan kun je daarna deze chocoladepudding Deze link opent in een nieuw tabblad, griesmeelpudding Deze link opent in een nieuw tabblad en bitterkoekjespudding Deze link opent in een nieuw tabblad proberen.