Menu

Pappardelle met doperwten, ricotta en pangrattato

Pappardelle met doperwten en pangrattato, dat klinkt in ieder geval lekker Italiaans. Is het ook, maar het klinkt veel mooier dan het is. Pangrattato betekent gemalen brood. Ze bedoelen er in Italië ook wel mee Parmezaanse kaas voor de arme lui. Daar komt het dan wat mij betreft niet bij in de buurt maar misschien met een beetje extra voorstellingsvermogen en al heel lang geen Parmezaanse kaas tot je beschikking lijkt het er misschien toch wel op! Het is in ieder geval strooibaar, lekker knapperig en perfect als topping. Aan de pangrattato kun je een smaakje geven door wat knoflook, kruiden of zoals in dit geval uitgebakken spekreepjes er door heen mengen. Het smaakt niet zo als Parmezaanse kaas maar wel heel lekker.

No waste + voorraadkast proof!

Pangrattato is natuurlijk ook heel no waste. En zelfs daarvoor bedacht, geen brood weggooien. Wanneer je geen oud brood hebt (omdat je net als ik een fan bent van vers brood direct invriezen), dan kun je brood eerst in de oven “oud” laten worden. Zet de oven op 120 graden en leg het brood in de oven tot je voelt dat het er inderdaad een beetje droog wordt. Niet geroosterd, dat doe je later in de pan (lekker met wat boter en het vet van de spekjes). Verder heb je voor dit recept pasta nodig (bijvoorbeeld pappardelle, maar een schelpjes pasta is hier ook heel geschikt voor) en doperwten. Dat is de meest uitgeklede versie en is al een heerlijk recept. Ik vertel je dit omdat er altijd wel een keer een moment komt dat je niet naar de super kunt, wilt en afhalen/bezorgen geen optie is! (of je hebt gewoon een snackmoment op het midden van de dag of ’s nachts). Als laatste: een basilicumplantje buiten in een potje verzorgen is ook altijd een uitkomst! Van die basilicumblaadjes er bovenop maken het niet alleen qua looks maar ook qua smaak helemaal af.

voor 4 personen

Ingrediënten voor 4 pers.

  • 300 gr pappardelle
  • 100 gr ricotta
  • 100 gr spekreepjes
  • 100 gr brood
  • 150 gr doperwten (verse of diepvries)
  • 2-3 takjes basilicum
  • 2 citroenen
  • 35 gr boter
  • peper en zout naar smaak

Materiaal

  • hakmolentje van de staafmixer

Zo maak je het

  1. Kook de pappardelle in ruim gezouten water.

  2. Snijd de korsten van het brood en hak in grove stukken. Bak de spekreepjes knapperig en bruin in een droge koekenpan (maak de pan niet schoon, je gebruikt het vet van de spekjes om het broodkruim knapperig te bakken). Neem uit de pan en doe ze samen met het brood in het hakmolentje van de staafmixer en hak tot een fijn broodkruim. Smelt het boter in de koekenpan en bak het broodkruim mooi knapperig. Doe over in een schaaltje en zet apart.

  3. Kook de doperwten voor 4-5 minuten in gezouten water. Ik heb verse gebruikt, je kunt ook diepvries doperwten gebruiken. Deze zijn nog sneller klaar.

  4. Breng de ricotta op smaak met zout, peper en rasp van 1 citroen.

  5. Giet de pappardelle af (houd 2 eetlepels kookvocht apart), giet de doperwten af. Doe beiden in de koekenpan, hussel goed door elkaar. Voeg de ricotta toe en schenk het kookvocht erbij. Meng nogmaals goed en warm alles in ongeveer 2-3 minuten weer op.

  6. Verdeel over de borden. Rasp de 2e citroen. Garneer met de pangrattato (broodkruim), blaadjes verse basilicum en citroenrasp.

Was het lekker? Of heb je een vraag? Laat het vooral weten via Instagram of Facebook. Heb je dit gemaakt, deel het dan met de #UITPAULINESKEUKEN. Vind ik superleuk!

Word gratis MEMBER van Uit Pauline’s keuken en bewaar al je favoriete recepten en maak weekmenu’s in je persoonlijke account & profiteer van exclusieve aanbiedingen.

Meld je aan

Bestel nu ons jubileummagazine FEEST